X-tra
|
Documenten

Sportdranken
Pakweg 25 jaar geleden was er nog geen sprake van ‘sportdranken’. Tegenwoordig zijn ze een heel normaal verschijnsel geworden, niet alleen in de topsport maar ook in de breedtesport. Ze worden overigens ook vaak gebruikt door mensen die niet of nauwelijks actief zijn. De producenten claimen dat hun drank het prestatievermogen verbetert en het herstel bevordert. Omdat er tal van sportdranken op de markt zijn, maakt het voor de consument niet eenvoudig om een juiste keuze te maken. Begeleiders krijgen dan ook veel vragen over sportdranken. Werken deze dranken echt? Of kan men net zo goed water of vruchtensap drinken?
De laatste 10-15 jaar is er enorm veel onderzoek gedaan naar de effecten van koolhydraatrijke dranken op de stofwisseling tijdens inspanning en het prestatievermogen. Het eerste onderzoek waarin iets gebruikt werd wat op een sportdrank lijkt was in 1923 toen tijdens de Boston marathon aan een aantal lopers een koolhydraatoplossing dronken. Het bleek dat de lopers die deze drank kregen beter in staat waren om hun bloedsuikerspiegel op peil te houden. Pas in de jaren ‘80 werd er meer vooruitgang geboekt en werd duidelijk aangetoond dat koolhydraatdranken de duurprestatie van meer dan 2 uur konden verbeteren. Meer recentelijk werd aangetoond dat koolhydraatrijke dranken ook het prestatievermogen bij korter durende inspanningen van ongeveer een uur kan verbeteren De vraag of sportdranken het duurprestatievermogen kunnen verbeteren kan daarom unaniem met ja beantwoord worden.
De ingrediënten van een sportdrank zijn water, koolhydraten en elektrolyten. Andere substanties worden vaak toegevoegd, maar dat is grotendeels om de smaak van de drank of de houdbaarheid te verbeteren (bv. citroenzuur). De meest voorkomende koolhydraten in sportdranken zijn glucose, fructose en maltodextrines. Een aantal dranken bevatten ook zetmeel (bv. Isostar Long Energy) of sucrose (bv. Gatorade).
Sportdranken worden vaak in twee categorieën ingedeeld: dorstlessers en energiedranken (ook vaak “voeding” genoemd). Het verschil zit hem uitsluitend in het koolhydraatgehalte. Wanneer een drank 40 tot 80 gram koolhydraten per liter bevat, wordt het een dorstlesser genoemd, wanneer een drank 80-200 gram koolhydraten bevat spreekt men van een energiedrank. De term “dorstlesser” is overigens misleidend want deze dranken zullen de dorst niet lessen en zelfs dorstgevoelens oproepen vanwege hun relatief hoge zoutgehalte. Zowel dorstlessers als energiedranken kunnen genoeg energie (koolhydraten) leveren tijdens inspanning. In het geval van de dorstlesser moet er wel een aanzienlijke hoeveelheid gedronken worden.
Een andere belangrijke factor is de osmolaliteit. De osmolaliteit duidt op het aantal deeltjes in een drank. Een hoge osmolaliteit betekent dat er veel deeltjes in zitten. Een drank met een hoge osmolaliteit noemen we hypertoon. Een drank met evenveel deeltjes als het bloed (290 mOsm/L) noemen we isotoon en een drank met minder deeltjes dan ons bloed noemen we hypotoon.
Natrium is een ander belangrijk bestanddeel van een sportdrank. Het heeft verschillende functies. Ten eerste verbetert het de waterabsorptie. Een tweede rol van natrium is dat de opwekking van het dorstgevoel en daardoor aanzet tot drinken. Tot slot zorgt natrium er ook voor dat vocht beter wordt vastgehouden in het lichaam. De laatste twee factoren zijn héél belangrijk omdat die ervoor zorgen dat er meer gedronken wordt
Iemand die veel sport kan een verhoogde vitaminebehoefte hebben. Moet men daarom bijkomend vitamines opnemen via een sportdrank? Het antwoord is duidelijk : neen! Men haalt geen enkel voordeel uit de aanvulling van vitamines via een sportdrank. Een vitaminetekort ontstaat niet binnen een tijdsspanne van uren, maar van weken. Als men een sportdrank kiest, kies er dan bij voorkeur één zonder vitamines.
Er zijn een aantal sportdranken die qua samenstelling quasi overeenkomen. Het grote verschil tussen deze dranken blijkt de smaak. Het is uitermate belangrijk dat een sportdrank goed smaakt. Wanneer men met tegenzin drinkt, is de kans groot dat men onvoldoende drinkt.
In Nederland is het marktaanbod qua sportdranken zeer gevarieerd en verschilt dit sterk van verkooppunt. Alhoewel aan het nut van deze dranken niet meer moet getwijfeld worden, blijkt uit een marktonderzoek dat de meeste mensen niet overtuigd zijn van het belang van drinken tijdens het sporten. Er is dus blijkbaar nog heel wat te doen aan een goede voorlichting op dit vlak.
Bron en meer info:http://www.wvc.vlaanderen.be/sport/