Informatie
|
De rolschaatsen

Het onderstel
Het onderstel van de rolschaatsen bestaat uit een stalen plaat (plate) met twee assen (de trucks). Aan elke as zien we twee wielen bevestigd. Bekende plates voor kunstrolschaatsen zijn die van de merken ATLAS, STAR en ROLL-Line. De assen zijn op vier punten aan de plaat vastgemaakt, zowel vooraan als achteraan met een vaste schroefverbinding met rubber tussenblokken en bovendien voor en achter nog eens in een stuurhuis. De wielstellen kunnen alleen maar bewegen omdat de rubber tussenblokken samendrukbaar zijn. Die samendrukbaarheid is regelbaar met de schroefverbinding, waarmee de truck losser en vaster kan worden gedraaid.
De functie van de rubbers
Bepaalde trucks kunnen in de voorste verbinding enigszins om de kogelvormige as draaien. Met een stelmoer kunnen de beide trucks losser of vaster gedraaid worden. Hoe losser de trucks hoe meer de rubbers kunnen worden samengedrukt, hoe sneller de besturing wordt. Worden de trucks vaster aangedraaid, dan worden de rubbers meer samengeperst. Ze worden stijver in hun reactie en de besturing wordt vertraagd. De rubbers moeten regelmatig vernieuwd worden. Voordat nu iedereen zijn trucks losser gaat zetten:los afgestelde trucks zijn weliswaar heel gemakkelijk te besturen, maar ze reageren ook veel directer op allerlei onbedoelde commando’s. Alleen zeer ervaren rolschaatsers kunnen met los afgestelde trucks uit de voeten. Altijd dus eerst overleggen met de trainster.
Wielen

Er zijn wielen voor de figuren met een diameter van ø 60 en 63 mm, terwijl de vrijrij wielen een ø van 55 tot 57,5 mm hebben. Er zijn veel verschillende hardheden. De hardheid is van belang voor de ondergrond. Bij een gladde ondergrond wordt op zachte wielen z.g.n. "plakwielen" geschaatst, bij middelgladde vloeren op middel - harde wielen en op stroeve vloeren met harde wielen geschaatst. Het geheel is ook afhankelijk van de rijdster zelf. De hardheid wordt uitgedrukt in de D–score. Tot en met 49 zachte wielen voor een gladde vloer tot en met 52 middelharde wielen voor een middel vloer. Boven de 52 harde wielen zachte vloer.
Open en gesloten lagers

In elk wiel zitten twee lagers.
Ronde hoepeltjes met kogeltjes erin, die ervoor zorgen dat de wielen soepel rond
kunnen draaien. Doen ze dat niet, dan wordt rolschaatsen wel erg moeilijk. Deze
precisielagers laten de wielen zonder enige speling rond de assen lopen. De
meeste rijders hebben zogenaamde open lagers in hun wielen zitten. Er kan
namelijk gemakkelijk vuil bij komen. Als we een wiel eraf halen,
zien we op de as een los ringetje zitten. Een zogenaamd stofplaatje, dat het
ergste vuil van die kant moet tegenhouden van die kant. Dan komt in het wiel een lager
en verderop een rond pijpje (van buitenaf niet te zien) dat een tussenbuisje
heet. Dat dient ervoor dat bij het vastdraaien van de moer op de as om het wiel
te monteren niet de lagers in het wiel gedraaid worden, waardoor het wiel niet
draait. Dat tussenbuisje mag dus nooit vergeten worden. Dan volgt aan de ander kant van
het wiel weer een lager, dat ook door een stofplaatje aan de buitenzijde wordt
afgesloten voor het ergste vuil. Tenslotte wordt de zaak vastgezet op de as met
een zelfborgende moer (een moer met ter hoogte van het schroefgat een plastic
ringetje). Gebruiken we geen zelfborgende moer, dan kan het wiel er onder het
rijden aflopen. Iedereen begrijpt wat er dan kan gebeuren.
Gesloten lagers hebben een vast stofplaatje, waardoor deze lagers minder gauw vuil worden. Lagers die niet op tijd schoongemaakt worden, kunnen vastlopen en gaan eerder slijten. Het is belangrijk om de rolschaatsen vaak te controleren en lagers schoon te maken. Vooral voor de wedstrijd of show is het zinvol om alles even na te lopen. Zitten alle moeren nog goed vast. Zijn de wielen en doppen niet aan vervanging toe?

Om de lagers uit de wielen te kunnen verwijderen en ze weer te monteren heb je een lagertrekker nodig. Verder petroleum of tri, een kwastje, een flesje naaimachineolie, een plastic bakje, een oude krant en een oude doek. Draai met een steeksleutel de moer van een wiel los. Vervolgens het stofplaatje verwijderen. Het wiel eraf en tot slot het achterste stofplaatje verwijderen. Moer en stofplaatjes in plastic met petroleum of tri leggen. De beide lagers met de lagertrekker uit het wiel verwijderen. Leg de lagers en het tussenbuisje ook in het bakje. Vaak zal men schrikken van het vuil en de haren die in de lagers zijn gaan zitten. Met een kwastje borstel je alles schoon. Laat alles uitlekken op de krant en droog met de doek alles nog even na. De lagers krijgen nu aan iedere kant een druppeltje naaimachineolie. Beslist niet meer.
Blijft een lager nog stroef lopen, dan kun je die beter vervangen. Overigens een nieuwe lager zal altijd erg stroef zijn. Een nieuwe lager moet zich namelijk eerst nog zetten. Na een training is dat meestal in orde. Als de schoongemaakte lagers en tussenbuisjes in de wielen gemonteerd zijn met behulp van de lagertrekker, dan op de lagertrekker het wiel nog even vrij laten draaien om te kijken of het lekker loopt. De wielen worden nu in de nieuwe volgorde (kruiselings t.o.v. de oude situatie) op de assen geplaatst. Bovenop het wiel komt dan nog een stofplaatje en de zelfborgende moer.